FEBED wil vereenvoudiging BTW op bruikleen

vrijdag 8 juni 2018 —

Het systeem waarbij een drankenhandelaar de terbeschikkingstelling moet factureren aan de horecazaak, die dan op zijn beurt een tegenfactuur moet opmaken is administratief een aanzienlijke bijkomende kost en kafkaiaans.

De terbeschikkingstelling van de installaties en het meubilair is, als verhuur, in principe een aan de BTW onderworpen dienst. Gelet echter op de administratieve rompslomp verbonden aan het maandelijkse huurfactuurbeheer, de praktische moeilijkheid om het bedrag van de tegenprestatie van die verhuur te ramen en op het feit dat de verschuldigde BTW toch volledig aftrekbaar is, stemde de administratie er mee in dat voor die verhuur geen BTW wordt geheven.

Tot en met 2012, werd de aftrek van BTW zonder probleem toegelaten. Daarna dienden sommige drankenhandelaars de ter beschikkingstelling van de uitrustingsgoederen aan te rekenen aan de klant om de BTW op de aankoop van het materiaal af te kunnen trekken. Sindsdien is de administratie voor diverse drankenhandelaars duidelijk verzwaard omwille van de noodzaak om het materiaal door te factureren en het boeken van de leveringsrechten via facturen van de klanten.

De vraag van FEBED is dan ook zeer duidelijk om de bijkomende administratieve rompslomp die werd ingevoerd terug te schroeven en de controles eenvormig en voor iedereen op dezelfde manier uit te voeren, zonder uitzonderingen. De controle door de belastingadministratie kan volgens FEBED veel eenvoudiger gebeuren door middel van een lijst die de drankenhandelaar zelf bijhoudt en op dewelke een duidelijk overzicht wordt gegeven van welke uitrustingsgoederen bij welke horecazaak ter beschikking worden gesteld en voor welk bedrag.

FEBED heeft daarom overleg gevraagd over dit specifieke dossier bij de Minister van Financiën Johan Van Overtveldt, de Staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging Theo Francken en de voorzitter van de FOD Financiën Hans D’Hondt.