Zwerfvuiltaks – de laatste stand van zaken
De meest recente stand van zaken rond de zwerfvuilfactuur is dat het Interregionale Samenwerkingsakkoord (ISA) na de zomer van 2025 opnieuw door de Raad van State is beoordeeld. Het is nu opnieuw aan de gewesten om die opmerkingen te verwerken.
Momenteel is de uitwerking dus nog niet volledig afgerond: het akkoord moet nog herwerkt en finaal goedgekeurd worden, en de formele timing hangt af van het definitieve advies. Verwacht werd dat producenten in 2026 effectief moesten betalen voor het jaar 2025, maar alle details zijn nog in bespreking dus niets ligt vast.
Een aantal producenten hebben dit reeds toegevoegd op hun prijslijst ab 01/01/2026. Andere producenten wachten af.
De voorgestelde heffing vloeit voort uit de Europese Single Use Plastics (SUP)-richtlijn, die producenten en distributeurs vanaf 2023 verantwoordelijk stelt voor het opruimen van zwerfvuil afkomstig van bepaalde eenmalige plasticproducten en het ledigen van publieke vuilnisbakken. Deze verplichting wordt in België omgezet via het Interregionaal Samenwerkingsakkoord inzake Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (ISA). De gewesten wensen een eerste betaling van deze bijdrage te innen vanaf april 2026, op basis van verpakkingen die in 2025 op de markt werden gebracht.
Grondslagen van de berekening :
De raming in deze simulatie is gebaseerd op:
- een totale zwerfvuilkost voor verpakkingen van 101,9 miljoen euro, zoals opgenomen in de huidige ontwerptekst van het ISA.
- het feit dat Fost Plus in 2025 reeds 12,7 miljoen eurovoor zwerfvuil had voorzien in haar werkingsbudget en dus verrekend is via de groene punt bijdragen. Dit bedrag werd afgetrokken van het totaal, waardoor de basis voor de raming 89,2 miljoen euro
- de gegevens uit de aangifte van de producenten voor 2024;
- de beschikbare informatie over de samenstelling van het zwerfvuil in de verschillende gewesten.