Drankenhandelaars verliezen 20 miljoen euro omzet door waterfilters in de horeca

maandag 11 december 2017 —

Uit een rondvraag bij de FEBED-leden blijkt dat een drankenhandelaar gemiddeld 361 hectoliter of 6.000 bakken mineraalwater minder levert op jaarbasis aan horecazaken als gevolg van de waterfilters. FEBED schat het totale omzetverlies voor de sector op om en bij 20 miljoen euro. Dit zal onvermijdelijk een impact hebben op de rendabiliteit en de tewerkstelling in de sector. FEBED vraagt transparantie van de horeca uitbaters door - zoals in Frankrijk - op de kaart aan te geven dat het geserveerde water gefilterd kraantjeswater is. Het is dan aan de consument om te kiezen tussen een fles mineraalwater of een fles gefilterd water van het huis.

Uit een rondvraag van FEBED bij haar leden blijkt dat er op jaarbasis een gemiddeld verlies is van 361 hectoliter per drankenhandelaar. Dat zijn 6.000 bakken mineraalwater die er minder worden geleverd per drankenhandelaar of een geschat verlies aan omzet voor de hele sector van om en bij 20 miljoen euro. “Uiteraard is dit een evolutie die wij niet graag zien gebeuren, zegt Gilles Vandorpe, directeur van FEBED. Mineraalwater maakt voor veel drankenhandelaars een groot deel uit van het geleverde volume. Als deze trend zich verder zet dan zal dit een belangrijke invloed hebben op de rendabiliteit en de tewerkstelling binnen de sector.”  

Het gebruik van waterfilters in horecazaken is al een aantal jaren in opmars. De waterfilters worden aan horecazaken aangeboden als een goedkoop alternatief voor mineraalwater op flessen. De uitbaters kiezen er dan voor om hun klanten gefilterd kraantjeswater voor te schotelen, meestal tegen een prijs gelijkaardig aan deze van mineraalwater of zelfs duurder. Deze praktijk betekent uiteraard een verlies aan omzet voor de drankenhandelaar. Volgens FEBED is het nog maar de vraag of de praktijk financieel interessanter is voor de horeca als alle kosten correct in kaart worden gebracht. “Er is sowieso de directe kost van de filters, het onderhoud van de filters en de investering in eigen flessen. Maar de indirecte bijkomende personeelskost is wellicht veel belangrijker. Het eigen personeel zal dan de flessen moeten ‘bottelen’ en na gebruik ook correct reinigen en die uren moeten ook betaald worden. Het is trouwens maar de vraag in welke mate flessen even strikt worden gereinigd zoals in de industrie wettelijk is opgelegd door middel van strikte regels en controles. 

De keuze is vanzelfsprekend aan de horeca uitbater zelf of deze mineraalwater of gefilterd kraantjeswater in trendy flessen wil aanbieden. FEBED is op zich niet tegen het aanbieden van kraantjeswater op restaurant. Er is ook niets mis met kraantjeswater. FEBED vraagt wel dat er transparantie komt van de horecazaken die gefilterd kraantjeswater aanbieden. Dat kan makkelijk door – zoals in Frankrijk - op de kaart aan te geven dat het geserveerde water gefilterd kraantjeswater is. Het is dan aan de consument om te kiezen tussen een fles mineraalwater of een fles gefilterd water van het huis.